Kegelinstructie
Van oorsprong is het kegelen geen echte wedstrijdsport. Door de jaren heen heeft het wedstrijdelement een dusdanig grote plaats ingenomen, dat het kegelen zonder wedstrijden ondenkbaar is geworden. Om te kunnen presteren in de kegelsport zijn twee zaken belangrijk:
-
De concentratie
Om goede resultaten te behalen, is uiterste concentratie van belang. -
De techniek van het kegelen
Zoals bij vele sporten wordt de basis gevormd door de techniek. Hiervoor zijn regels aan te geven en de techniek is voor iedereen te leren. Bij iedere worp moet er gelet worden op vele variabelen waarbij concentratie van belang is. Bij andere sporten kan een klein foutje nog herstelt worden, bij het kegelen is dat niet mogelijk. Een losgelaten bal is niet meer bij te sturen, al maakt men zelf nog zulke rare bokkensprongen. De techniek van het kegelen kunnen we onderscheiden in:
- De houding aan de baan
- Het vasthouden van de bal
- De start, aanloop en loslaten
- De correctie van de loop van de bal
- Het gooien van wedstrijden
De houding aan de baan.
Als men bij kegelwedstrijden goed oplet, kunnen verschillende houdingen aan de baan worden waargenomen. De ideale positie is echter:
- Rechtshandige werpers staan aan de linkerkant van de baan, linkshandige werpers staan aan de rechterkant.
- Met beide voeten op gelijke hoogte staat men naast de baan.
- De knieën worden iets gebogen.
- De bal op de baan plaatsen en controleren of het kompas van de bal in de richting van het plateau wijst (waarop de kegels staan).
- Het is van groot belang dat de bal losjes in de hand wordt gehouden. Krampachtig vasthouden van de bal is nadelig voor het neerzetten en maakt een goede prestatie moeilijker.
- Het lichaam moet in een rechte lijn evenwijdig met de baan zijn. Staat men scheef, dan is het niet mogelijk de bal rechtuit te werpen.

Het vasthouden van de kegelbal.
Een kegelbal vasthouden is veel belangrijker dan velen denken. Het is het begin van de handeling om te gooien. We nemen aan dat de bal waarmee wordt gespeeld een geschikte en goed onderhouden bal is. Dus niet te zwaar, maar ook niet te licht. De hand moet goed droog zijn, zodat de vingers ten opzichte van de bal niet gaan kleven of glijden. Het vergt anders te veel inspanning met als gevolg dat de bal verkeerd gaat rollen of helemaal uit de hand valt.
De duim wordt gestrekt in het daardoor aangebrachte gat geplaatst en de vingers tegen elkaar gedrukt er onder. Op deze wijze maken we een soort schepje om de bal goed vast te houden (zie fig.1).

Het beste is de duim tot en met het eerste lid in het gat te plaatsen. Zetten we de duim er tot de handpalm in dan krijgen we bij het loslaten van de bal dat deze zogenaamd "blijft plakken". De bal ook niet vasthouden met het puntje van de duim, want dan valt hij meestal uit de hand.
Het spreiden van de vingers achter de bal bij het vasthouden (zie fig.2), levert bij het loslaten het gevaar op dat één van de vingers (de pink!) net iets meer drukt dan de overige. De bal kan dan een verkeerd en ongecontroleerd effect krijgen. De duim dus tot en met het eerste lid in het gat en overige vingers aaneengesloten er onder. Bij dit alles moeten we er voor zorgen dat het op de bal aangebrachte streepje (kompas) recht voor de duim zit. Plaatsen we bij dit streepje nu het getal 12 (zoals op de klok), dat we kunnen we van hieruit de bal gaan draaien (fig.3). Hiermee wordt het zwaartepunt van de bal verlegd. Verdraaiing van de bal richting kwart voor 12 zal de bal naar links "sturen" . Verdraaiing richting de kwart over 12 naar rechts. Beginnende kegelaars kunnen het beste beginnen om zonder "effect" te gooien. Dit betekend dus de streep op 12 uur.
Als we de bal dus op genoemde wijze vasthouden gaan we, voor we moeten beginnen met het richten, hem enkele keren even los van de grond optillen. Dus even voelen of we lekker in de hand hebben en de hand- en armspieren te laten wennen aan het werk dat ze zo direct zullen moeten gaan doen. Bij het optillen van de bal moet u er vooral op letten, dat dit met gestrekte arm plaat heeft.
Men tilt de bal dus met de schouder van de grond.

De start, aanloop en het loslaten van de bal.
De kegelbal optillen gebeurt vanuit de schouder met een gestrekte arm, zodat de bal aan de arm hangt. Als het opzetpunt kiest men 30 cm voor de rode streep en ± 6 cm uit de kant van de baan. De ogen blijven gericht op dat punt en men neemt drie passen. De gestrekte arm maakt dan een slingerbeweging vanuit de schouder. Is de hand dan boven het opzetpunt, dan de bal loslaten en de pols licht naar links bewegen. De bal zal een licht draaiende en voortgaande beweging maken. Na het loslaten van de bal zal men drie of vier passen meelopen om de rechte loop van de bal te bevorderen. Dit laatste is gewoon noodzakelijk om een goed resultaat te behalen.
De correctie van de loop van de bal op de baan
Als de bal niet goed heeft gelopen, dient men te weten wat de oorzaak daarvan is. Loopt de bal naar buiten, dan is deze te ver van de rand (te breed) opgezet en/of heeft teveel effect gekregen. Dit is als volgt te corrigeren:
- De bal meer naar de rand opzetten (scherper zetten).
- Het zwaartepunt van de bal iets verdraaien, waardoor de bal minder snel van de baan valt (kompas richt 12 uur).
- De bal bij het aangenomen opzetpunt loslaten.
Loopt de bal naar binnen, dan is óf de bal te dicht bij de rand (te scherp) opgezet, óf er is te weinig effect gegeven, óf de bal is te lang vastgehouden.Dit is als volgt te corrigeren:
- De bal iets verder van de rand (breder) opzetten.
- Meer effect geven.
- De bal iets verdraaien, waardoor het zwaartepunt van de bal wordt veranderd.
- De bal bij het aangenomen opzetpunt loslaten.

- A = Kantbal
- B = Lange schuine bal
- C = Lange schuine directe bal
- D = Kromme bal
Deze correcties dienen niet ineens en tegelijk te gebeuren, maar moeten geleidelijk aan worden uitgevoerd. Alleen door veel te oefenen, vindt men zijn eigen stand en houding en krijgt men de controle over de worpen die men doet. Om goede resultaten te bereiken is het niet gewenst om uren achter elkaar te oefenen, maar het is wel noodzakelijk dat er intensief en met concentratie wordt geoefend.
Is men linkshandig, dan spreekt het vanzelf dat alle besproken handelingen, tegenovergesteld moeten worden gedaan.
Het zal duidelijk zijn, dat het kegelen niet in een paar weken te leren is. Het lijkt zo gemakkelijk, maar bij het doen blijkt al snel dat om prestaties te leveren geduld en veel oefenen de belangrijkste punten zijn.
Wedstrijd kegelen
Wil je op het persoonlijk vlak of op club-niveau je prestaties verhogen, dan zal er toch iemand moeten zijn, die je tijdens de trainingen zegt wat je goed of fout doet. Luister niet naar meerdere personen, want iedereen meent dat hij of zij er het beste van afweet. Het spreekwoord: " De beste kegelaars staan achter de baan ", spreekt boekdelen. Als je maar de juiste aanwijzingen krijgt en deze ook probeert uit te voeren, dan laat het resultaat ook niet lang op zich wachten.
Leidder /Coach
Deze regelt alles, zoals de melding bij de wedstrijdleiding en de volgorde van de kegelaars bij het werpen. De anderen kunnen zich dan volledig concentreren op de wedstrijd. Het is noodzakelijk, dat een coach de techniek van het kegelen zelf volledig meester is. Het is in de praktijk al veelvuldig bewezen, dat het ontbreken van leiding bij een wedstrijd matige resultaten oplevert.
Persoonlijke instelling
Het kan niet genoeg benadrukt worden, dat de persoonlijke instelling en de concentratie de factoren zijn die het succes of falen bepalen. Begin rustig aan een wedstrijd en blijf dat ook tijdens de hele wedstrijd. Probeer niets te forceren, dat beïnvloedt het resultaat alleen maar in negatieve zin.

Als men bij een slecht geworpen baan, het kan opbrengen de schuld eerst bij zichzelf te zoeken en niet bij een ander, dan is de instelling goed. Dat bij het wedstrijdkegelen het in bedwang houden van zenuwen een voorname rol speelt, staat als een paal boven water vast. Spanningen en wedstrijdzenuwen horen er nu eenmaal bij. Belangrijk is dat men ontspannen naar een wedstrijd toeleeft. Het is natuurlijk fout als men deze probeert te onderdrukken met het tot zich nemen van alcoholische dranken.
Factoren die tot prestatieverbetering kunnen leiden:
- Heb je wel een goede kegelbal? (het juiste gewicht is belangrijk)
- Ben je in goede conditie?
- Ben je voldoende geconcentreerd?
- Bekijk het eerst rustig voor je gaat gooien.
- Ben je bij de wedstrijden wel vroegtijdig aanwezig?
- Heb je wel gemakkelijk zittende kleding en schoenen aan?
